Paul is een zeer ervaren, creatief en vasthoudend procesadvocaat
paul.russell@russell.nl +31 20 301 55 55Niek is gespecialiseerd in ondernemingsrecht en financieel recht
niek.vandergraaf@russell.nl +31 20 301 55 55De regering heeft in een brief aangegeven hoe zij de voorstellen uit de adviezen van de Commissie-Buma in regelgeving wil gaan omzetten. Wat betekent dit in de praktijk voor particulieren die kunst of andere cultuurgoederen in eigendom hebben? Maar eerst: wat zijn de regels voor de uitvoer van beschermde cultuurgoederen op dit moment?
Over de bescherming van cultuurgoederen in particulier bezit is de afgelopen jaren veel discussie geweest. Zo heeft de Raad voor Cultuur meerdere adviesrapporten opgesteld om de bescherming van belangwekkende cultuurgoederen in particulier bezit te verbeteren, met name om te zorgen dat zij in Nederland blijven. Ook particuliere kunstbezitters wensen de huidige regelgeving te veranderen, vooral omdat deze leidt tot een grote inbreuk op hun eigendomsrechten. Desondanks is er de afgelopen jaren veel geschreven, maar weinig veranderd.
Eind december van vorig jaar heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar aanleiding van het advies van de Commissie-Buma enkele verbeterpunten voorgesteld. In deze blog zetten wij de huidige regelgeving uiteen. Ook laten wij aan de hand van een concreet voorbeeld zien, hoe die regelgeving in de praktijk werkt en wat dit betekent voor eigenaren van kunst en andere cultuurgoederen. In de volgende blog komen de voorgenomen wijzigingen ten aanzien van de bescherming van particulier cultuur aan bod, voorzien van enkele kritische kanttekeningen.
Het belangrijkste middel voor de Staat om kunst van nationaal belang in Nederland te behouden, is het aanwijzen van voorwerpen of verzamelingen als beschermd cultuurgoed. Deze voorwerpen en verzamelingen mogen dan niet meer verkocht, in bruikleen gegeven of zelfs verplaatst worden zonder – voorafgaande – toestemming van de overheid. De voorwerpen of verzamelingen worden geregistreerd in het register van beschermde cultuurgoederen. Een object of verzameling komt op deze lijst wanneer het onmisbaar en onvervangbaar is voor het Nederlandse cultuurbezit. Dit geldt bijvoorbeeld voor werken die een symbolische waarde hebben voor het nationale verleden, een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van wetenschap en cultuur, of van wetenschappelijk belang zijn voor verder onderzoek.
Het huidige cultuurbeschermingsbeleid leidt tot verschillende problemen.
Kortom, het cultuurbeschermingsbeleid brengt veel onzekerheid en nadelen voor particuliere bezitters van cultuurgoederen met zich. Dit blijkt duidelijk uit een recente zaak.
In 1997 vindt Pieter de Jong in Sumar in Friesland met een metaaldetector namelijk een unieke ring van ruim 1000 jaar oud. Op de ring staat een voorstelling van het Lam Gods omringd door de 4 evangelisten. Omdat De Jong twee dochters heeft en de ring niet deelbaar is, wil hij de ring verkopen. Allereerst gaat hij bij Tussen kunst en kitsch langs en later bij het bekende internationale veilinghuis Sotheby’s. Ondertussen, inmiddels in 2022, wijst de Minister deze unieke ring vanwege zijn cultuurhistorische waarde aan als “beschermd” onder de Erfgoedwet. Dit betekent dus dat de ring niet meer naar het buitenland verkocht kan worden.
De erfgoedrechtelijke procedure wordt opgestart zodat geïnteresseerden in Nederland zich binnen 6 weken kunnen melden om de ring te kopen. Vanzelfsprekend met de aantekening dat de ring Nederland nooit mag verlaten. Dat dempt meestal de interesse en kooplust, en dus ook de prijs die een geïnteresseerde bereid is te betalen voor het kunstvoorwerp. Ondertussen kan Pieter de Jong zijn eigendom, de unieke ring, sinds 2022 niet meer verkopen en verzilveren tegen een internationale marktwaarde, die door deskundigen al lang is bepaald. En dat allemaal enkel omdat de Minister de ring als beschermd cultuurgoed heeft aangewezen.
Deze gang van zaken roept natuurlijk vragen op. Waarom is de Minister niet meteen na de aanwijzing van de ring als beschermd voorwerp, waaruit blijkt dat het een uniek en onvervangbaar Nederlands cultuurgoed is, snel en kordaat in onderhandeling getreden met Pieter de Jong? En waarom heeft de Staat niet gewoon ruimhartig de portemonnee getrokken om dit kennelijk unieke cultuurgoed tegen de bekende getaxeerde internationale marktwaarde aan te kopen?
Problemen met de uitvoer van beschermde cultuurgoederen zijn bepaald niet nieuw. Russell Advocaten heeft hierover al meerdere malen met succes geprocedeerd tegen de Staat. Een van deze zaken betrof in 1995 de verkoop van een schilderij van de Franse impressionist Cézanne, dat als bruikleen in Museum Boijmans van Beuningen hing. Zoals verschillende andere bruiklenen was ook dit tot beschermd Nederlands cultuurgoed verklaard door het Ministerie van Cultuur.
De Staat verbood de uitvoer, waarop de eigenaresse het schilderij te koop aanbood aan de Staat. Taxatierapporten van Christie’s en Sotheby’s voor dit landschap van Cézanne konden de Staat kennelijk niet overtuigen te goeder trouw en ruimhartig de internationale marktwaarde aan de eigenaresse te betalen. De Staat wilde slechts minder de helft van de door Sotheby’s en Christie’s getaxeerde waarde betalen. Die kwestie liep daarom uit op een jarenlang durend drama met hoge proceskosten voor beide partijen.
Uiteindelijk heeft de rechter drie internationale deskundigen aangewezen om, na jaren onderling juridisch gesteggel, de internationale marktwaarde van het unieke en onvervangbare schilderij van Cézanne te bepalen. Die lag toen veel hoger dan de taxatie van Sotheby’s en Christie’s jaren daarvoor. De Staatssecretaris trok daarop zijn bezwaar tegen verkoop naar het buitenland in. Als hij moest kiezen tussen de aankoop van een Frans en een Nederlands schilderij, dan koos hij natuurlijk voor een Nederlands schilderij.
Met andere woorden: de Cézanne was ten onrechte op de beschermde lijst van de Wet tot Behoud van Cultuurbezit geplaatst. En dat terwijl de Staat middels de Erfgoedwet inbreuk maakt op het volle eigendomsrecht van Nederlanders en zich daarmee eeuwig een voorkeursrecht tot aankoop afdwingt. Daar moet dan ook een – internationaal georiënteerde – redelijke marktconforme compensatie tegenover staan, zonder juridische en andere rompslomp, als de Staat deze unieke en onvervangbare cultuurgoederen voor Nederland wil behouden.
Naast de lijst van de Erfgoedwet zijn er ook beperkingen aan de uitvoer van cultuurgoederen naar landen buiten de Europese Unie. Om bepaalde cultuurgoederen de Europese Unie uit te voeren is een vergunning nodig. Er zijn 15 categorieën cultuurgoederen, van schilderijen tot boeken en van foto’s tot vervoersmiddelen. Komt een voorwerp in een dergelijke categorie boven een bepaalde drempelwaarde en ouderdom, dan is een vergunning voor uitvoering buiten de Europese Unie verplicht.
De waarde- en ouderdomsdrempels kunnen per categorie verschillen (zie bijlage 1 van Verordening 116/2009). In veel gevallen gaat het om voorwerpen ouder dan vijftig of honderd jaar met een minimale waarde van ten minste € 15.000. Voor sommige categorieën, zoals archeologische voorwerpen of archiefstukken, geldt alleen een ouderdomsdrempel. De uitvoer van dergelijke goederen is vergunningplichtig ongeacht hun waarde.
Zorgen de kabinetsplannen ervoor dat beschermingswaardige cultuurgoederen voor Nederland behouden blijven zonder dat dit ten koste gaat van de rechten van de particuliere eigenaren, zoals in de beschreven zaken het geval is? En hoe zou dit wel kunnen? Die vragen behandelen wij in een volgende blog.
Heeft u vragen over de verkoop en aankoop van kunstwerken? Wilt u weten of hiervoor een vergunning nodig is? Of heeft u juridische bijstand nodig in een geschil over kunst en recht, bijvoorbeeld over de echtheid van een kunstwerk? Neem contact met ons op:
De regering heeft in een brief aangegeven hoe zij de voorstellen uit de adviezen van de Commissie-Buma in regelgeving wil gaan omzetten. Wat betekent dit in de praktijk voor particulieren die kunst of andere cultuurgoederen in eigendom hebben? Lost dit de problemen van eigenaren op?
Het gebruik van algemene voorwaarden is niet meer weg te denken. Contractspartijen verwijzen met kleine lettertjes naar hun eigen algemene voorwaarden met daarin veelal gunstige bedingen ten behoeve van zichzelf. Maar wat is de kracht van algemene voorwaarden? En waar moet op worden gelet bij het gebruik daarvan?
In his interview on “Hidden Gems – Treasured artwork adds to allure of Netherlands”, Reinier Russell talks about how artworks still reflect the spirit of the Golden Age and where they can be found.
Een nieuwe verordening van de EU verplicht iedereen die cultuurgoederen in de EU wil invoeren om over een invoervergunning te beschikken of een importeursverklaring in te dienen. Wanneer is welk document nodig? En wat zijn de gevolgen hiervan voor kunsthandelaren, galeries, veilinghuizen en verzamelaars, zowel binnen als buiten de EU?
Een Afrikaans masker dat voor 150 euro was verkocht bracht op een veiling 4,2 miljoen euro op. Konden de Franse verkopers de verkoop ongedaan maken? Hoe zou deze zaak in Nederland zijn afgelopen?
Na negen jaar is er eindelijk duidelijkheid naar wie de schatten van de Krim moeten. Volgens de Hoge Raad moeten zij naar de staat Oekraïne, de eigenaar en beheerder van de archeologische voorwerpen die in 2014 in bruikleen waren gegeven aan het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Hoe is de Hoge Raad tot oordeel gekomen?